studco stiftlastechniek logo

FAQ

Meedenken
Oplossen
Verbinden

FAQ

Op deze pagina vind je veelgestelde vragen. Kun je het antwoord op jouw vraag niet vinden? Neem dan gerust contact op met ons.

Lasproducten voor het stiftlassen met condensator ontlading hebben een ontstekingspuntje waarmee het stiftlasproces wordt opgestart. Het ontstekingspuntje zorgt ervoor dat er in het midden van de diameter een vlamboog ontstaat. Het puntje verdampt waarna de vlamboog zich verder uitbreidt over de diameter van het lasproduct. Producten met een ontstekingspuntje zijn bijvoorbeeld type PT, UT en IT.

De lasproducten voor het stiftlassen met condensator ontlading hebben standaard een flens. Deze flens vergroot het verbindingsoppervlak. Bij dit stiftlasproces ontstaat nooit een 100% verbinding, maar de grotere flens zorgt ervoor dat het product desondanks maximaal mechanisch belastbaar is.

De flens wordt ook gebruikt voor toevoeren van het lasproduct in automatische toevoersystemen. Denk bijvoorbeeld aan de CNC en robot stiftlassystemen.

De aluminium kogel verbetert de ontsteking van de vlamboog bij het opstarten van het lasproces en de-oxideert het smeltbad.

De schuine ofwel conische laszijde zorgt ervoor dat de vlamboog centreert en zich gecontroleerd vanuit het midden uitbreid naar de buitendiameter. De hoek van deze schuine zijde is afhankelijk van het type stiftlasproces en de daarbij behorende lastijd.

De keramische ring richt de vlamboog en houdt het gesmolten materiaal bij elkaar, zodat er een nette laskraag gevormd wordt. De keramische ring zorgt daarnaast voor het beschermen van het smeltbad en het gecontroleerd uitdrijven van de rookgassen.

Ja dat kan, zolang de openingen in de keramische ring niet worden afgesloten. Anders kunnen de rookgassen niet weg. Omdat de lasbout speling heeft in de keramische ring en de ring een bakproduct is, is de nauwkeurigheid beperkt. Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld te positioneren met de keramische ringhouder. Dan heb je geen last van de tolerantie van de keramische ring.

Nee, de punt is bedoelt voor de ontsteking van de vlamboog. Als de punt in een center valt, wordt de vlamboog korter en gaat dit ten koste van de energie en laskwaliteit.
Deze vraag krijgen we vaak bij lasproducten voor het stiftlassen met condensator ontlading welke zijn uitgevoerd met een flens en ontstekingspuntje.

Bij stiftlassen met condensator ontlading raden we dit af. De diepte van de center is moeilijk te controleren, waardoor dit ten koste gaat van de kwaliteit en reproduceerbaarheid. Soms worden er wel goede resultaten behaald met een verenpons, omdat deze telkens dezelfde resultaten geven. Als deze niet te zwaar is, en de center is slechts 0,2 tot 0,3 millimeter diep, dan geeft het vaak geen problemen met de kwaliteit. Test dit echter wel goed en controleer of je de parameters misschien moet aanpassen. Pas dit sowieso niet toe bij aluminium. Omdat dit materiaal zo zacht is, zal de center altijd te diep zijn.

Bij stiftlassen met vlamboog geeft een center over het algemeen geen problemen vanwege de langere lastijd van het lasproces. Zorg er wel voor dat de center niet te diep is of te grote diameter heeft, zodat het lasproces nog steeds vanuit het midden van de lasbasis kan worden opgestart. Een center boren raden we af want deze is eigenlijk altijd te diep en heeft een te grote diameter.

Een goede stiftlasverbinding is ongeacht de gekozen stiftlastechniek zo sterk als de zwakste schakel. Doorgaans ga je daarbij uit van de kerndiameter van de schroefdraad op de lasbout, de binnendraad van een draadbus of de buitendiameter van een lasstift of deuvel.

Bij een lasbout van het type RD is de lasbasis de zwakste schakel, omdat die diameter iets kleiner is dan de kerndiameter van de schroefdraad. In dit geval zal de lasbout vlak boven de laskraag als eerste bezwijken. Bij hele dunne plaat is de plaat de zwakste schakel en zal de plaat het eerst bezwijken.

De beste keuze hangt af van de toepassing en bijvoorbeeld visuele eisen. Voor lasproducten met diameters M2,5 t/m M8 en een (bijna) onzichtbare verbinding op dunne koud gewalste plaat, wordt er doorgaans gekozen voor het stiftlassen met condensator ontlading of het short cycle stiftlassen met eventueel gasbescherming.

Als er gestiftlast moet worden op warm gewalste plaat en grotere plaatdiktes, wordt er meestal gekozen voor het stiftlassen met vlamboog en keramische ring. De lasproducten die hierbij worden toegepast, hebben over het algemeen een diameter van M6 t/m M24 / Ø25mm.

Bij stiftlassen met condensator ontlading kan hiervoor een cilindrische kop gebruikt worden. Deze kop kan dan in een gatenmal geplaatst worden. Meestal heeft deze cilindrische kop een diameter van Ø30mm., maar er zijn ook andere diameters leverbaar. De cilindrische kop heeft vaak een omschrijving zoals “Positioneerbus”, “Positionierrohr”, “Zentriervorrichtung”, of “Nose Cone Assembly”. Afhankelijk van het type, is deze cilindrische kop met extra hulpstukken uit te lijnen voor een nog hogere nauwkeurigheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een “Zentriervorrichtung”.

De vlamboog die tijdens het stiftlasproces ontstaat, beweegt van een massaklem af. Plaats daarom altijd symmetrisch aan twee zijden van de laspositie een massaklem.

Plaats de massaklemmen ALTIJD rechtstreeks op de plaat of het product waarop u last en dus NIET op de werkbank. De positie van de massaklemmen moet altijd vrij zijn van verf of roest voor en een goed contact.

De vlamboog die tijdens het stiftlasproces ontstaat, beweegt van een massaklem af
Plaats de massaklem daarom niet te dicht bij de laspositie. Zet indien mogelijk altijd symmetrisch aan twee zijden van de laspositie een massaklem.

De vlamboog zal ook van de rand van de plaat af bewegen bij lasposities dicht bij de rand. De positie van de massaklemmen zal daarom niet altijd hetzelfde zijn voor de beste lasresultaten. In sommige situaties krijg je zelfs een betere lasverbinding met beide massaklemmen aan één zijde of soms zelfs maar één massaklem. Raadpleeg de handleiding van uw apparatuur voor illustraties en instructies. Wij helpen je natuurlijk ook graag verder met een advies voor jouw specifieke situatie.

De norm ISO14555 schrijft de minimaal vereiste plaatdiktes voor om te voorkomen dat je door de plaat heen brandt. Dit advies heeft geen betrekking op de sterkte of constructieve eigenschappen.

Bij het stiftlassen met condensator ontlading (proces 786) is de minimale plaatdikte 0,1 x de diameter van het lasproduct, maar minimaal 0,5mm.
Bij het short cycle stiftlassen (proces 784) is de minimale plaatdikte 0,125 x de diameter van het lasproduct, maar minimaal 0,6mm.
Bij het stiftlassen met vlamboog en gasbescherming (proces 783) is de minimale plaatdikte 0,125 x de diameter van het lasproduct, maar minimaal 1mm.
Bij het stiftlassen met vlamboog en keramische ring (proces 783) is de minimale plaatdikte 0,25 x de diameter van het lasproduct, maar minimaal 1mm..

Dit is beperkt mogelijk bij een laagdikte tot maximaal 0,25µm. Omdat zink een lager smeltpunt heeft dan staal en de zink uiteindelijk verbrandt, zal er altijd meer roet en verontreiniging ontstaan. Het kan ook leiden tot meer porositeit in de lasverbinding.

Stiftlassen op een grotere laagdikte zink is niet mogelijk, zoals bijvoorbeeld bij het thermisch verzinken. In dat geval moet de zink op de lasposities helemaal verwijderd worden, zodat er op schoon materiaal gelast kan worden.

Ja dat kan. Mogelijk moeten er wel extra hulpstukken worden gebruikt om het lasproduct haaks te positioneren. De grens hoe klein de diameter of radius mag zijn, hangt af van het stiftlasproces, de diameter van het lasproduct en het type lasproduct. Als de diameter te klein wordt dan kan het lasproduct niet meer over de volle diameter worden vast gevloeid.

Ja de norm voor stiftlastechniek is NEN EN ISO 14555. De norm maakt onderscheid tussen de verschillende stiftlastechnieken.

Stiftlasproces 783: Stiftlassen met vlamboog en keramische ring of beschermgas ofwel stiftlassen met lichtboog met een lastijd tussen 100 en 3000 milliseconden.
Stiftlasproces 784: Short cycle stiftlassen ofwel kortsluit booglassen met een lastijd van maximaal 100 milliseconden. Dit proces wordt toegepast zowel met als zonder beschermgas.
Stiftlasproces 785: Dit is een combinatie van het stiftlassen met condensator ontlading en vlamboog met een lastijd van minder dan 5 milliseconde. Dit proces wordt zeer weinig toegepast.
Stiftlasproces 786: Stiftlassen met condensator ontlading met een lastijd van minder dan 3 milliseconden. Dit proces wordt verder onderverdeeld in het stiftlassen met contact en luchtspleet.

Bij het stiftlassen met vlamboog en keramische ring kun je op een verticaal oppervlak ofwel laspositie PC een maximale diameter van 16mm. stiftlassen. Dit staat ook zo beschreven in de norm ISO14555. Bij een lasstift UD, draadbus ID of kopdeuvel of stiftdeuvel type SD is dat buitendiameter Ø16mm.. Bij een lasbout is dat maximaal type MD of PD M16 met een lasbasis van Ø14,6mm. en type RD M20 met een lasbasis van Ø16,5mm..

Ja dat kan, maar dit is beperkt tot enkele legeringen en diameters. Doorgaans gaat dit goed op AlMg3 en AlMg5. Bij andere legeringen is het altijd verstandig om het goed te testen.

Bij het stiftlassen met condensator ontlading zijn standaard aluminium lasproducten verkrijgbaar in AlMg3 tot maximaal M8. Toch adviseren wij om voor een betrouwbare verbinding maximaal M6 toe te passen. Gebruik daarnaast een laspistool met luchtspleet voor de beste resultaten, zoals een PHM-1A laspistool.

Bij het stiftlassen met vlamboog is dit ook mogelijk, alleen zijn er standaard slechts enkele afmetingen verkrijgbaar. Voor goede resultaten wordt dit doorgaans met beschermgas gestiftlast zoals argon, helium of een mix daarvan.

Deze norm wordt sinds 1998 niet meer gebruikt, al wordt deze soms nog op oude tekeningen vermeld. In DIN 32500 werden voorheen de lasproducten voor het stiftlassen met vlamboog en keramische ring beschreven. Tegenwoordig worden al onze stiftlasproducten geleverd conform de actuele norm NEN EN ISO 13918.

Deze norm wordt sinds 1998 niet meer gebruikt, al wordt deze soms nog op oude tekeningen van vermeld. In DIN 32501 werden voorheen de lasproducten voor het stiftlassen met condensator ontlading beschreven. Tegenwoordig worden al onze stiftlasproducten geleverd conform de actuele norm NEN EN ISO 13918.

Ja dat kan speciaal op aanvraag. Maar houdt er rekening mee dat het maximale koolstofgehalte van de plaat waarop je last dan niet te hoog mag zijn. Daarnaast kan de lasbout niet getest worden met bijvoorbeeld een buigproef zoals de norm ISO14555 dit voorschrijft. Vraag daarom altijd eerst om ons advies, voordat u 8.8 lasbouten toepast.

Onze lasbouten worden standaard geproduceerd van 4.8 kwaliteit, vanwege het lagere koolstofgehalte. Dit voorkomt ongewenste hardheden in de lasverbinding.

We raden dit af vanwege versnelde corrosie.

Ja dit is toegestaan t/m Ø12mm. Pas in een zoute of agressieve omgeving rvs A4 of A5 toe.

Als een diameter van groter dan Ø12mm vereist is, dan kan een DUO-bout worden toegepast. De lasbasis en de onderste 5 tot 10mm. zijn dan van staal en de rest is van rvs A5. Op die manier wordt er gewoon staal op staal gestiftlast en ontstaat er geen ongewenste brosse structuur van martensiet. De stalen plaat en de laskraag van de lasbout moet in alle gevallen na het stiftlassen goed geconserveerd worden. Omdat er in verhouding tot het onedele metaal weinig edel metaal aanwezig is, zal er geen noemenswaardige versnelde corrosie optreden.

Ja dit is toegestaan. Er moet dan wel een viltring of polsterring onder de kop van de onderste deuvel geplaatst worden.
© Copyright - Studco Stiftlastechniek
|
Algemene voorwaarden
|
Cookiebeleid
|
Disclaimer